|
Verdrinken in 5cm water?
Badderen, spetteren, zwemmen: al vanaf de geboorte hebben kinderen dagelijks met water te maken en oefent water een onweerstaanbare aantrekkingskracht op hen uit. Vooral op warme dagen is het voor kinderen leuk om in water te spelen. De keerzijde van het dagelijks badje en de waterpret is verdrinkingsgevaar. Kinderen kunnen al verdrinken in water met een diepte van 5cm; zonder dat je het merkt. Jonge kinderen kunnen zelfs in het toilet verdrinken! Kinderen die verdrinken, zakken geluidloos onder water zonder te huilen of te spartelen. Binnen 2 minuten is een kind bewusteloos en binnen 4 tot 6 minuten heeft het onherstelbaar letsel opgelopen. Hoe kan dit?
Jonge kinderen beseffen niet dat onder water zijn gevaarlijk is (baarmoederrespons) en zullen dan ook niets doen om boven water te blijven. Bovendien kunnen kinderen onder water geen alarm slaan.
Zodra een jong kind met het gezicht in het water komt, treedt een zgn. duikreflex op. Dit is een aangeboren reflex waarbij de ademhalingsreflex automatisch stopt op het moment dat het gezicht (hoofd) onder water gaat. De hartslag wordt vertraagd met ongeveer 20%, en door extreme vaatvernauwing in de huid en niet essenti?le organen vindt zuurstofgebruik nog voornamelijk plaats ten hoogte van het hart en de hersenen. Uiteindelijk ontstaat toch zuurstofgebrek waardoor de ademhalingsreflex weer in werking treedt. Hierdoor lopen de longen vol water. Het water in de longen wordt opgenomen in de bloedbaan en het watervolume in het bloed neemt toe. De bloedcellen vallen uiteen waarbij het giftige kalium vrijkomt. Het hart raakt ontregeld met als gevolg een hartaanval. Omdat ook de hersenen geen zuurstof meer krijgen, treedt uiteindelijk de dood in.
Het hoofd van jonge kinderen is in verhouding tot de rest van hun lichaam nog relatief groot en zwaar, hierdoor kantelen ze snel voorover, maar hebben grote moeite om dan weer overeind te komen. Ook missen ze nog het instinct om tijdens een val hun armen naar voren te bewegen, waardoor ze dus ook hun handen niet effectief kunnen gebruiken om zich op te drukken. Ook is hun balans minder goed door de druk van het omringende water, waardoor het gaan staan minder goed/snel lukt dan in een droge situatie. Bovendien gaat het ook om een andere techniek dan die ze gewend zijn te gebruiken op het droge. Op het droge gaan ze staan door zowel handen als voeten op de grond te plaatsen. Daarbij komt het hoofd ook (bijna) op de grond en zo gaan ze staan. Een kind dat deze techniek toe wil passen om in het water te gaan staan, zal daarbij dus zijn hoofd onder water duwen!
Kinderen raken sneller onderkoeld dan een volwassene, zelfs in water van 20 graden! Het gedrag wordt inadequaat, gevolgd door sufheid en bewustzijnsverlies. Het kind zelf is zich hier niet van bewust. Het onderkent de verschijnselen niet.
Wat kun je doen om een kind zo veilig mogelijk in aanraking te brengen met water en hoe kun je de risico?s beperken?
Laat een kind nooit alleen in bad of ander water.
Als je een opblaasbad gebruikt, zorg dat deze een stevige rand heeft en maak hem na gebruik altijd leeg.
Scherm vijvers zo mogelijk af en zorg dat er een duidelijke/zichtbare overgang is tussen land en water.
Leer kinderen op de juiste manier om te gaan met water. Ze zullen moeten ervaren dat water gevaarlijk (ademhaling, druk, kou) is en dat ze niet verder kunnen gaan dan tot waar ze kunnen staan. Dit leren ze beslist niet door zgn. ?vleugeltjes? te gebruiken! Kinderen leren door observeren, imiteren en reproduceren: ze zien iets en doen het na. Wen je kind aan drijven op de rug (dit kan eigenlijk iedereen) en oefen samen hoe je weer kunt gaan staan, namelijk: eerst klein maken, hoofd naar voren duwen (dus weer in het water, en dat is eigenlijk tegen het instinct in), daardoor kantelen en de voeten naar beneden duwen. Leer ze door het water te ?lopen?, of ?zwemmen? zoals hondjes het doen. Vanaf drie maanden kunnen baby?s speciale watertechnieken oppakken/aanleren en benutten zoals onder water je adem inhouden, spartelen. Vanaf 4 jaar kunnen kinderen leren zwemmen voor het zwem ABC.
Vertrouw niet op drijfmiddelen. Drijfmiddelen geven een vals gevoel van veiligheid! Blijf altijd opletten! Gebruik de juiste hulpmiddelen. Een kurkje alleen is niet voldoende; een kind dat voorover kantelt komt dan toch met het hoofd onder water. Ook alleen vleugeltjes kunnen hetzelfde gevaar opleveren. Als het kind voorover kantelt, komen de armen met vleugeltjes wel boven, maar het hoofd blijft onder water. Een combinatie van kurkje en vleugeltjes is veiliger, mits goed afgestemd op de leeftijd en het gewicht van het kind. Een ander gevaar van vleugeltjes is dat ofwel de lucht in de vleugeltjes niet voldoende is (lek) of dat de kinderen nog niet weten dat ze hun armen naar beneden moeten duwen -leerproces-. Alleen als een kind geleerd heeft met vleugeltjes om te gaan zal het de armen naar beneden duwen, zodat het hoofd boven komt. Ook dreigt bij het gebruik van drijfmiddelen zonder verdere watergewenning het gevaar dat de kinderen niet meer leren dat diep water gevaarlijk is; ze blijven immers altijd drijven, tot die ene keer dat ze even vergeten dat ze geen drijfmiddelen om hebben.
Let bij het zwemmen in open water op de stroming en kijk uit met luchtbedden en opblaasbootjes.
Doe je kind bij het varen altijd een modern, goedgekeurd reddingvest aan.
Wilma Siewers
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|